1. Plaats de geluidsensor zo dicht mogelijk bij de bron.
    Een akoestische sensor is een sensor welke geluid of trillingen kan detecteren op basis van geluid- of trillingsterkte of frequentie. Hij neemt echter zowel het brongeluid als ook ander geluiden in de omgeving op. Door de geluidsensor zo dicht mogelijk bij de geluidbron te plaatsen wordt de invloed van ongewenste geluiden verminderd.

  2. Vraag ons om een frequentieanalyse uit te voeren.
    De USS-4 en USS-5 geluidsensoren en TSS-4 en TSS-5 trllingsensoren kunnen een specifiek frequentiegebied uitfilteren. Bureau Geluid kan een frequentieanalyse van het/de te detecteren geluid/trilling uitvoeren waarop de geluidsensor/trillingssensor vervolgens wordt ingesteld.

  3. Let op de omgevingstemperatuur.
    De geluid- en trillingsopnemers werken in een frequentiegebied tussen de -10 en +50 graden celsius.

  4. Reinig de microfoonzijde van de geluidsensor.
    Door stofophoping kan de detectie verminderen. De USS-4 en USS-5 hebben een afneembare stofkap. Deze kan met behulp van perslucht (de andere kant uitblazen) gereinigd worden.

  5. Pas een netvoeding met een industriële kwaliteit toe.
    Onze akoestische sensoren worden vaak toegepast in industriële omgevingen. In dat geval zijn railvoedingen aan te raden, aangezien deze een veel hogere bedrijfszekerheid hebben dan insteekvoedingen.

  6. Vergelijk akoestische sensoren met optische sensoren, röntgensensoren of magnetische sensoren.
    In alle gevallen zijn akoestische sensoren toepasbaar en de kostprijs ervan ligt een factor 10 tot 60 lager dan de toepassing van optische sensoren, röntgensensoren of magnetische sensoren.

  7. Bouw de geluidsensor / trillingsensor in, in een waterdichte omkasting.
    De geluidsensoren USS-4 en USS-5 kunnen in een waterdichte behuizing wordt ingebouwd. Laat in dat geval de microfoonzijde naar beneden wijzen. Water druppelt dan van de microfoon af in plaats van erin. De trillingsensoren TSS-4 en TSS-5 werken met een separate sensor aan een kabel. De meetunit hiervan kan in een waterdichte behuizing worden ingebouwd, de trillingssensor (met kabel) komt uit deze behuizing.
  8. Noteer de instellingen van de geluidsensor.
    Noteer de instellingen van de geluidsensor of trillingsensor zodat bij uitwisseling dezelfde instellingen kunnen worden ge-herprogrammeerd. Bij de USS-4 geluidsensor en TSS-4 trillingsensor kunnen de instellingen als bestand worden opgeslagen.

  9. Isoleer de TSS-4 en TSS-5 trillingsensor electrisch.
    Door de trillingsensor elektrisch te isoleren van het onderdeel dat bewaakt wordt, worden aardlussen voorkomen. Gebruik bijvoorbeeld een nylon isolatieplaatje.

  10. Gebruik een demontabel montageplaatje bij de TSS-4 en TSS-5 trillingsensor.
    Zorg dat de trillingsensor eenvoudig kan worden gedemonteerd, dus niet een mechanisch permanente bevestiging toepassen.

Voor meer informatie www.geluidsensor.nl